Charles
Baudelaire (1821-1867) verliet tijdens zijn leven zelden zijn woonplaats
Parijs - met uitzondering van de tien maanden durende reis die hij maakte
toen hij 20 jaar oud was. Hij trouwde nooit maar onderhield liaisons met
verschillende vrouwen die van grote invloed zijn geweest op de
totstandkoming van zijn gedichten. Zijn (zeer omvangrijke) bundel Les
fleurs du mal (De bloemen van het kwaad - 1857) geldt als een
hoogtepunt uit de negentiende-eeuwse poëzie. Pas in 1995 verscheen
daarvan de eerste volledige vertaling van Peter Verstegen, tevens door hem
voorzien van uitvoerige bio- en bibliografische aantekeningen.
Als schrijver geloofde Baudelaire als
geen ander aan de onvoorwaardelijke ontplooiing van artistieke
individualiteit en originaliteit. 'in het rijk van de verbeelding en de
kunst ... is iedere bloem spontaan, persoonlijk,' schrijft hij. 'Een
kunstenaar kan zich alleen op zichzelf beroepen. Hij belooft de toekomst
niets dan zijn werken. Alleen zichzelf is hij verantwoording verschuldigd.
Hij sterft kinderloos. Hij is zijn eigen koning, priester en god.'
Behalve poëzie schreef Baudelaire kunstkritieken en vertaalde hij het
werk van Edgar Allan Poe.