|
| |
|
|
|
Had u niet hetzelfde gedaan?
Het debuut van de Frans-Amerikaanse schrijver Jonathan Littell over een oorlogsbeul
druist in tegen haast alle Franse literaire
tradities. Maar is het ook literatuur?
door Margot
Dijkgraaf
|
|
|
Een
pil van ruim 900 dichtbedrukte bladzijden en met een gewicht van meer dan
een kilo beheerst dit jaar volledig de rentrée, de opening van het Franse
boekenseizoen. Les bienveillantes is de in het Frans geschreven
debuutroman van een 39-jarige Amerikaan waarvan in de eerste maand na
verschijnen al rond de 150.000 exemplaren werden verkocht. De auteur kon
een half miljoen euro op zijn bankrekening bijschrijven. Dit was nog
voordat de rechten wereldwijd aan buitenlandse uitgeverijen werden
verkocht en voor de uitreiking van de grote Franse literaire prijzen,
waarvan hij inmiddels de Grand Prix de l’Académie française al in de
wacht heeft gesleept. Volgens velen kan ook de Prix Goncourt, waarvan de
winnaar aanstaande maandag bekend wordt gemaakt, hem nauwelijks meer
ontgaan.
Inderdaad is Les bienveillantes ((‘De welwillenden’) een verpletterend
boek, en niet alleen in omvang en gewicht. De verteller, Dr Maximilian Aue,
is een oud-nazi die zeer gedetailleerd weergeeft hoe zijn leven eruit zag
tussen 1941 en 1944, aan het Oostfront, in Rusland, Polen, later in Parijs
en Berlijn. ‘Mensenbroeders, laat me u vertellen hoe het allemaal is
gebeurd’, luidt de eerste zin van zijn inleiding. Degenen die zich
meteen van hem afkeren, houdt hij erbij: ‘U zult zien dat het ook u
aangaat’. Niets heeft meer waarde voor de man die ‘als een leeg mens,
vol bitterheid en schaamte, als zand dat kraakt tussen je tanden’ uit de
oorlog is gekomen. Hij schrijft om te zien ‘of hij nog iets kan voelen,
of hij nog kan lijden’ na alles wat hij, als eerzaam burger, in opdacht
van zijn land, heeft moeten doen en doorstaan. Schuldgevoel? Nee, hij is
niet schuldiger dan wij, wij zijn niet beter dan hij. Ook al heeft hij dan
een cruciale rol gespeeld bij de Endlösung der Judenfrage, ook al hebben
zijn kennis en handelen er actief toe bijgedragen dat er in die periode
‘13,04 joden per minuut’ vermoord konden worden – en wij niet.
Immers, betoogt Aue, als wij in zijn schoenen hadden gestaan, hadden wij
hetzelfde gedaan. Aue heeft inmiddels een andere naam aangenomen en woont
in Frankrijk, het land waar hij een groot deel van zijn jeugd doorbracht,
en is daar eigenaar van een kantfabriek. Befehl ist Befehl, is de teneur
van Aues pleidooi en Krieg ist Krieg, nietwaar.
Die oorlog, die dagelijkse aaneenschakeling van geweld, moord en
verminking, gezien door de ogen van een Duitse beul is wat Littell ons
honderden pagina’s lang voorschotelt. Ontbeerde de Franse moderne
literatuur vaak ‘het grote verhaal’, nu is het uitgerekend een
Amerikaan die de grootste genocide uit de Europese 20ste eeuw in één
kaft samenvat. Kenmerkt de Franse literatuur zich doorgaans door een grote
aandacht voor stijl en vernieuwing, nu is er een grote roman die zich
daaraan onttrekt en zich plaatst in een Russische, naturalistisch-
beschrijvende traditie vol semi-filosofische terzijdes en paginalange
dialogen. Littell is zo gedetailleerd in zijn beschrijvingen en
tweespraken, dat de verwerking tot een televisiefeuilleton in, laten we
zeggen, tweehonderd delen maar weinig aanpassing zou vergen. Decor,
personages, kleding, gezichtsuitdrukking – Littell heeft het allemaal
heel precies opgeschreven. Hoe de Russische jonge vrouw erbij lag in de
sneeuw en een hond aan haar ontblote borst vrat, nadat het touw waarmee de
Duitsers haar hadden opgeknoopt gebroken was; hoe duizenden argeloze
Russische joden met hun schamele bezittingen naar de rand van een diepe
kloof werden gedirigeerd om daar te worden doodgeschoten, zodat de kloof
gevuld werd met hun deels nog levende lichamen; hoe joodse dorpsbewoners
hun eigen graf moesten graven en stootten op de botten van degenen die
door de Russische communisten op zelfde plek waren vermoord; hoe wanhopige
vrouwen en zieke kinderen voor het vuurpeloton werden gezet; hoe het voelt
om met soldatenlaarzen over lijken te lopen; hoe je een pasgeboren baby
doodslaat tegen de muur; hoe je een meisjeshand loslaat om het kind te
laten fusilleren in een poel van bloed en drek – alles is door Littell
haarfijn, scherp, rauw, hard, gevoelloos en uitermate realistisch
opgeschreven, alsof hij het met eigen ogen heeft gezien.
Claude Lanzmanns film Shoah heeft hem beïnvloed, net als de beelden van
de Vietnamoorlog, die hij als kind op televisie zag en die ook het werk
van zijn vader, de spionageschrijver Robert Littell, hebben beïnvloed. De
joods-Poolse familie waaruit hij stamt emigreerde aan het eind van de 19de
eeuw naar de VS. Als werknemer van diverse niet- gouvernementele
organisaties waaronder L’action contre la faim bezocht Littell, die
Frans, Engels, Russisch en Servo-Kroatisch spreekt, ’s werelds
brandhaarden: Afghanistan, Bosnië, Rwanda, China. In 2001 nam hij
ontslag, vestigde zich met zijn gezin in Barcelona en begon aan zijn
onderzoek. Hij reisde naar Stalingrad, naar Kiev en Charkov, bestudeerde
oorlogsarchieven, notulen van processen, beeld- en geluidsmateriaal. Na
drie jaar schreef hij zijn boek, naar eigen zeggen in vier maanden.
Een literair meesterwerk is De Welwillenden niet. Littells taalgebruik is
voor alles functioneel, bezeten, gericht op het doen voortjagen van het
verhaal dat hij wil vertellen. Zijn Obersturmbannführer blijft een
monster, hoe menselijk hij hem ook wil maken. Dat de man sinds zijn
kindertijd een unieke, incestueuze liefde koestert voor zijn zus, dat hij
worstelt met zijn homoseksualiteit die een ernstige bedreiging is voor
zijn carrière, dat hij Grieks spreekt en in de officiersmess naast de
concentratiekampen een mooie boom kan opzetten over Franse filosofen, dat
hij Maurice Blanchot leest na het berekenen van de ‘maximale capaciteit
van het menselijk reservoir’ en de tijd tot ‘de realisatie van het
einddoel’, maakt van hem nog geen geloofwaardige Duitse SS-er. Veel
opmerkingen die Littell hem in de mond legt zijn oppervlakkig, zijn
gedachten pseudo-intellectueel. Sommige scènes zijn kitscherig en zo
sentimenteel dat de krokodillentranen ervan af druipen. Laat ik de scene
noemen waarin een uitzonderlijk getalenteerd, twaalfjarig joods pianistje
die in de mess de SS-beulen vermaakt, vraagt of ook hij wordt vermoord
(Nee, natuurlijk niet. Maar later toch). Of die vele momenten waarop de
hoofdpersoon pathetisch terugdenkt aan de puurheid van zijn jeugd (hoewel
die werd getekend door incest en haat).
Storend bij het lezen van deze roman is dat onduidelijk blijft wat feit is
en wat tot het domein van de fictie behoort. Historische personen worden
sprekend opgevoerd. Wat is verzonnen, wat is waar? Je komt er als lezer
niet achter. Duidelijk is dat de auteur gedegen onderzoek heeft gedaan,
maar op de omslag staat ‘roman’. Waarom deze realistische roman fleuve,
kun je je afvragen, als er zoveel historisch materiaal voorhanden is, als
de gruwelijke waarheid in woord en beeld geconsulteerd kan worden? Wat
heeft deze roman toe te voegen? Het gezichtspunt van een beul? Dat heeft
bijvoorbeeld Robert Merle in zijn roman La mort est mon métier al eerder
gedaan. Het inzicht dat ambtenaren de oorlogsmachinerie bepaalden en dat
de Endlösung vanachter het bureau werd geregisseerd? Dat is wellicht een
nieuwe invalshoek. Maar welke diepere laag snijdt deze roman aan?
Daar schiet Jonathan Littell tekort, hoe verpletterend zijn roman ook is.
Zijn overtuigingskracht zit in het verhaal, in de narratieve stijl en
vooral in de verbeten bezetenheid waarmee hij zijn onderwerp beheerst. Wat
Littell niet beheerst is de kunst van de suggestie, van de onderhuidse
implicatie, de kunst te zeggen wat onzegbaar is, kortom, wat de roman
werkelijk vermag.
Bron
www.nrcboeken.nl
|
| |
| Boek
bestellen? Klik
op de titel van uw keuze en u kunt het boek direct bij bol.com
bestellen. |
| |
| Jonathan
Littell De Welwillenden
|
|
|
'Mensenbroeders,
laat me u vertellen hoe het is gegaan.'
De Welwillenden is het minutieus beschreven verslag van alles wat Max Aue
tijdens de oorlog aan het oostfront, in Polen, Hongarije, de Oekraïne,
Rusland en in Berlijn heeft meegemaakt. De lezer maakt kennis met
schuldigen die ook slachtoffers zijn, slachtoffers die ook schuld dragen
en met beulen die geen enkel schuldgevoel kennen.
Tijdens de oorlog klimt Aue op tot in de hoogste rangen van de SS, hij
beschrijft enerzijds hoe zijn Einsatzkommando zonder aarzeling hele dorpen
uitmoordde, hoe hij later een cruciale rol speelde bij de Endlösung der
Judenfrage, en fileert anderzijds haarfijn het gedrag en de drijfveren van
de mensen om hem heen. Aue wordt ingedeeld bij de persoonlijke staf van
Himmler. Via die weg raakt hij direct betrokken bij de Holocaust.
In De Welwillenden worden de gruwelen beschreven vanuit het perspectief
van de dader; dat gegeven, gecombineerd met een duizelingwekkende kennis
van details, maakt dit boek tot een zeldzaam literair monument. Als lezer
word je meegesleept ondanks jezelf. De Welwillenden raakt je, maakt je
razend, intrigeert en laat je nooit meer los.
In de kritieken is het boek veelvuldig vergeleken met Oorlog en vrede van
Tolstoj, maar ook met Claude Lanzmanns film Shoah. Uiteindelijk echter is
De Welwillenden een uniek boek, dat niet alleen grote literaire prijzen
heeft gewonnen, maar dat vooral ook zijn weg naar de lezers heeft
gevonden. In Frankrijk zelf, maar ook ver daarbuiten. In Frankrijk zijn
van deze roman, in 2006 bekroond met de Prix Goncourt en de Grand Prix du
Roman de l'Académie Française, meer dan 1.000.000 exemplaren verkocht.
ISBN 9789029566544 | 978
blz. | € 45,00
Uitgeverij
De Arbeiderspers
|
|
|
| |
|
| |
|
|
| |
| |
|